Zo lees je nog eens wat!


Vandaag viel de Nieuwsbrief van Circus Elleboog op onze electronische deurmat: daar wordt een mens wel weer even trots van!
Hij is al weer een tijdje terug in Belfast, dus ook leuk om hem zo weer even te zien.

Bewustwording, besturen: afstand en nabijheid


Binnen een leergang die ik volg is een van de thema’s bewustwording.
Bewustwording is een mooi woord, een mooi proces en geeft uit zichzelf aanleiding tot veel gedachtes en overpeinzingen waarvan je een aantal misschien liever niet meteen aan het apier toevertrouwt omdat ze schuren, maar waarvan een aantal toch ook heel leuk en deelbaar zijn.

Vanavond had ik weer bestuursvergadering van Humanitas waar ik sinds dit jaar voorzitter van de afdeling Amsterdam ben, dus nog midden in een kennismaking en leerproces. Een mooie avond met kennismaking met de voorzitter van het districtsbestuur, de districtsmanager en het afscheid van Elly die de afgelopen 3 jaar heel veel tijd en energie in het bestuur van Humanitas heeft gestoken.

Binnen mijn vorige werkkring en binnen de andere besturen waarin ik actief ben, is “besturen op afstand” een hot item. Bij de sollicitatiegesprekken wordt er veel aandacht besteed aan testvragen die moeten uitwijzen of je wel in staat bent afstand te houden en de professionele organisatie of de directeur bestuurder zijn/haar werk wilt laten doen.. Ik ben dus in zekere zin gedrild om in mijn antwoorden te laten merken dat ik heel goed afstand kan houden, de rollen en bevoegdheden ken ondanks het feit dat ik binnen het sociale domein ook heel veel betrokkenheid en opvattingen meebreng en soms toch wel graag over een strategisch detail wil kunnen discussieren en zienswijzen kwijt wil kunnen.

Binnen een vrijwilligersorganisatie als Humanitas is de rol van de bestuurders bepaald niet op afstand. Iedeer bestuurslid heeft een inhoudelijke portefeuille en een gebied waarvoor de bestuurder verantwoordelijk is. Gezien het feit dat er vele vrijwilligers zich de sloffen uit het lijf lopen en de werkorganisatie met zo’n zeven betaalde krachten voor heel Amsterdam bepaald klein te noemen is, is het ook niet meer dan logisch dat de bestuurders dan ook een goede steen bijdragen.

Het is wel een heel verschil!

Voor mij biedt het wel de kans om het verschil tussen afstand en nabijheid op een nieuwe manier te bekijken en te zoeken naar een optimum tussen die twee. Bij de professionele besturen vind ik de nadruk op afstand soms te groot en lang niet altijd bevorderlijk voor de beste resultaten, maar tegelijkertijd kan ik me nu ook al voorstellen dat het binnen een organisatie als Humanitas waar onveranderlijk alleen maar superbetrokken mensen rondlopen, ook best wel eens goed zou kunnen zijn als mensen soms wat makkelijker nee zouden kunnen zeggen en soms net ietsje meer afstand kunnen bewaren, niet alleen ter zelfbescherming maar ook om er voor te zorgen dat de meest vitale werkprocessen ook kunnen draaien zonder dat bestuurders er direct in de uitvoer bij betrokken zijn. Tegelijkertijd krijg ik nu ook de mogelijkheid om dichtbij te besturen zonder dat als faux pas gezien wordt.

Eigenlijk ben ik op een wonderlijke wijze een verwend nest geweest in mijn bestuurderscarriere tot nu toe. Als GroenLinkser nog nooit in de oppositie gezeten (ook wel jammer want je mag nooit ongenuanceerd lekker tegen zijn of proberen iets bestuurlijk op te blazen) maar altijd in het bestuur. In het subsidieproces tot nu toe steeds aan de subsidieverstrekkende kant gezeten en niet in de aanvraagrol, hetgeen me als ik eerlijk ben wel met terugblik doet constateren dat het subsidieverstrekkingsproces voor aanvragers best wel heel erg en misschien wel nodeloos ingewikkeld is, merk ik nu ik wat vaker aan de andere kant van de tafel zit.

Ik krijg mijn trekken op dit gebied wel thuis want in de portefeuilleverdeling heb ik naast een aantal andere taken ook de portefeuille fondsenwerving toebedeeld gekregen. Mooie leerschool want ik heb nu een morele plicht om daar goed in te gaan worden of het zo te organiseren dat het niet van mijn huidige kwaliteiten in deze afhankelijk is.

Geen fiets, maar geen wrak


Al wordt hij al 3 weken niet bereden, mijn fiets stond tot begin deze week trouw en standvastig te wachten op hernieuwd gebruik.
Nu is hij opeens weg. Er is een wrakkenactie van het stadsdeel geweest en ik ben bang (maar hoop tegelijk toch ook daarop) dat die stilstaande fiets volstrekt ten onrechte als wrak is aangemerkt.
Ik kan even niet fietsen maar moet morgen toch aan een charme en uitleg offensief gaan beginnen om mijn fiets van deze onterechte kwalificatie te gaan redden:
Okay de GroenLinks fietstassen zien er lang niet zo duurzaam uit als toen ik ze net had en aan mijn fiets is goed te zien dat hij een lang, gelukkig en intensief gebruik achter de rug heeft. Angstig voor een definitief negatief oordeel van de bahandelend fietsemaker, was ik elke keer weer blij als ik slechts met lichte druk de fietsenmaker er van wist te overtuigen dat hij de volgende opknapbeurt meer dan waard was.
“t is dat het zo onhandig is, anders zou ik er best lol in hebben het stadsdeel het verschil tussen een wrak en een intensief gebruikte fiets uit te gaan leggen. Ik moet dus op missie en waarschijnlijk naar het ver weg gelegen AFAC verzamelpunt om mijn fiets van een roemloos einde te gaan redden. Maar hij is het waard.

Wakker in een vreemde wereld



In plaats van alle dingen die in mijn agenda stonden, lag ik opeens in het ziekenhuis, werd mijn wereld klein en lag ik even letterlijk en figuurlijk naast de snelweg.
Vorige week zaterdagnacht vroeg naar bed, na een heftige vrijdag en nog voor het echte einde van de wedstrijd Nederland Schotland. Rond middernacht weer wakker met een pijn die in de loop van de nacht steeds ondragelijker werd.
Na uren rondjes lopen, kruik, wrijven, spugen, aaien, douchen en krampen, gaf ik het op en de regie over aan mijn dochter (Marco was met de jongste een weekendje weg) die zeer kordaat de dokter belde. Nee ze kan nergens zelf meer naar toe, u moet komen. Binnen een half uur stond de ambulance voor de deur en werd ik afgevoerd. Het beeld van een nachtelijke ambulance voor je deur op de stoep en die krampende dame in roze ochtendjas met wilde natgedouchte haren zal ik niet snel kwijtraken. Dochterlief en ik waren het er in het ziekenhuis al snel over eens dat ik zo een verward opgebrachte junk had kunnen zijn, sexy is heel wat anders.
Zelf was ik eigenlijk al kwijt in een wonderlijke waas en stroom van pijn en heb maar vage herinneringen aan de rit en wat daarna kwam alhoewel ik nog wel weet dat ik de ambulancebroeder toevoegde dat ik hem 100 keer liever vond dan de dienstdoende dokter en dat alleen omdat hij mijn gezicht afveegde en Naar h