Vergaderen op het stadhuis


Weemoed doet vast rare dingen met een mens, maar ik word tegenwoordig altijd blij als ik op het stadhuis kan vergaderen: reed ik vroeger drie keer per week die kant op, nu is het een uitzondering en ik blijf het leuk vinden om daar de vergadergangen te bewandelen.
Vroeger koos ik bij de overleggen altijd een plek waardoor ik tijdens het vergaderen ondertussen ook door het raam naar de bezoekers van de Waterloopleinmarkt kon kijken.
Nu “mocht” ik voorzitten en wist ik dus precies wat de mensen die langs me heen zaten te kijken aan het doen waren.
Gelukkig weet ik uit ervaring dat je heel goed

Afscheid


Vanmiddag was ik op het afscheid van mijn ex-collega en opvolger in mijn functie als stadsdeelvoorzitter van Oud-West, Hans Weevers.
Hij stapte vlak voor de zomervakantie op als stadsdeelvoorzitter, naar aanleiding van een overschrijding van de bouwkosten voor het stadsdeelkantoor.
Triest, dat vond ik, en dat vond ik vanmiddag opnieuw.
Wij waren collega’s gedurende de hele tijd dat ik in Oud-West in de politiek heb gezeten.
Het oevergrote deel van die tijd was GroenLinks de grootste partij, dus kon de zijne geen stadsdeelvoorzitter leveren.
Toen ik vertrok en na de verkeizingen de rode PvdA golf de PvdA tot grootste in alle stadsdelen maakte, gunde ik het hem met de verkiezingsuitslag in handen dan ook van harte om die functie over te nemen.
Met al zijn opgebouwde kennis, visie en betrokkenheid, en als goede collega, had ik het hem graag zien doen.
Het politieke lot en zijn keuze daarin beslisten anders. Erg jammer, hij is toch wel

Achterhaald Actieverleden



Het probleem speelt al langer. Dit is een archieffoto uit 1989. Studenten hadden een tentenkamp opgeslagen aan de Boelelaan. Foto ANP

Het artikel in het Parool over de kamernood onder studenten van vandaag, draagt de sporen van mijn actieverleden.
Kamperen naast de VU om de aandacht te vestigen op de kamernood onder studenten: ludiek, leuk en erg gezellig kan ik me nog we herinneren.
Ik brak alleen een middenvoetsbeentje op de dansvloer ergens tijdens die week en werd de rest van de actie rondgereden in de bakfiets van de studentenvakbond.
Het vervolg op die actie kwam een aantal jaren later met kamers bouwen van Lego op de Dam.

Tegenwoordig denk ik wel eens een beetje mismoedig “It’s the Economy, stupid!”
Ik kon wel actie voeren, maar:
Er werd pas echt voor studenten gebouwd, toen we opeens Kenniseconomie wilden gaan worden.
De kinderopvang werd pas echt uitgebreid, toen vrouwen op de arbeidsmarkt nodig werden.
De krant staat nu pas een beetje vol van energiezuinige auto’s, nu de brandstofprijzen hoog worden.

Gelukkig is het betrokkenheid en actiebereidheid tonen een goede actie op zich.

Seizoensarbeid


De wilde aardbeitjes op het binnenplein van de school groeiden verstopt tussen de eerste herfstbladeren.
Zo’n heel klein rood aardbeitje dat daar nog midden in zijn groei zit te zijn, bijna weggemaaid door de grove houten bezem waarmee we vanochtend voor het eerst sinds de zomervakantie het schoolplein weer te lijf gingen. Lekker buiten aan de slag met een fysiek, hoofd leegmakend werkje, werd ik daar toch licht weemoedig van: zomer en herfst wel heel dicht bij elkaar met de herfst onherroepelijk aan de winnende hand. Arme aardbei, arme zomer.
Toch blijft het een zalig werkje omdat, terwijl je lijf voelt dat het er is (en waar het de volgende dag spierpijn gaat hebben), je hoofd zo de wolken in kan vliegen en zich schaamteloos aan dagdromerij kan overgeven.

Les cl


Sinds de terugkomst van vakantie verzamel ik tussen het werken door allemaal mooie sites en programma’s om mijn Frans mee te onderhouden.
Een taal leren in het digitale tijdperk is een waar feestje: mijn telefoon heeft een tweetalig woordenboek, de internetradio staat op Radio Nostalgie en ik minicorrespondeer met een Tunesier op www.babbel.com en krijg dagelijks een mailtje met actualiteiten van een soort Franse Jeugdjournaal site en dat allemaal tussen de bedrijven door op momenten dat het mij uitkomt.
Vanochtend vond ik het openingsnieuwtje uit mijn dagelijkse franse actualiteiten wel dubbel interessant, en weer een mooie uitdrukking geleerd: Rien de pire = niets ergers dan (overigens politique du pire is wanhoopspolitiek)


Les embouteillages : rien de pire pour la pollution de l’air ! (

Virtuele steun


Voor het eerst maakte ik gisteren gebruik van de mogelijkheid om via Hyves al mijn vriendjes en vriendinnetjes daar een berichtje te sturen met “maatschappelijk spam”, namelijk een verzoek om het Handtheater te steunen in haar actie tegen dreigende stopzetting van haar subsidie.
Hoewel ik eigenlijk al lang weet hoe krachtig het medium Internet en het inzetten van je sociale netwerken daar kan werken (ook ik liet al vaker een handtekening of steunbetuiging op het Internet achter als een bekende me daar met redenen om vroeg), ben ik grappig genoeg nu toch aangenaam verrast en blij met

Handtheater op de Parade


Woensdagmiddag was ik tijdens een fikse herfststorm op de Parade.
Ik was daar om een voorstelling van het Handtheater en de reportage die Een Vandaag over het Handtheater maakt, te volgen.
Het Handtheater wordt door negatieve adviezen van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en de Commissie voor de Podiumkunsten in haar voortbestaan bedreigd.
Voor mij is het volledig onbegrijpelijk en helemaal verkeerd dat de unieke functie die het Handtheater heeft voor het dove theaterpubliek, de dove acteurs en de horende gemeenschap die alleen via het Handtheater een podium hebben voor voorstellingen in gebarentaal en in gesproken taal.
Ik ken het Handtheater al lang, ook vanuit mijn functie als portefeuillehouder Cultuur, toen het Handtheater in de Hallen in Oud-West gehuisvest was.
Door de voorstellingen van het Handtheater heb ik de schoonheid van de gebarentaal leren ontdekken, gemerkt welke extra betekenis gebarentaal als ondertiteling toevoegt als je horend bent en raakte ik natuurlijk in gesprek over de unieke functie die zij vervullen als opleidingscentrum voor dove acteurs, als rolmodel voor dove kinderen en als “vertaler” naar de horende gemeenschap.
Ik raakte langzaamaan gefascineerd door de gebaren, door de extra uitdagingen waar je voor staat als je een “tweetalige kunstproductie wilt maken, door de bevlogenheid en door de unieke functie die zij vervullen.
Natuurlijk komt dat ook doordat je als horende een wereld binnentreedt “waarvan je de taal niet spreekt”.
Als ik wilde praten met de mensen van het Handtheater, had ik een tolk nodig. Als die er even niet was, voelde ik mij “onthand” want op eigen kracht en met mijn kennis van de gebarentaal kom ik niet verder dan “trots, vagina, dak, goedendag, goedenavond, eindeloos lang en lente” (voorwaar te weinig vocabulaire om een goed gesprek mee te beginnen)

Dingen waar je nooit over nadenkt en nu dus wel:
Ik kan niet praten met mijn mond vol: een dove acteur kan niet praten met zijn handen vol.
Dat vraagt dus om zorgvuldige regie. Dove acteurs moeten zowel linkshandig als rechtshandig kunnen praten omdat afhankelijk van de zichtlijn je frontaal, links of rechts in beeld bent voor het publiek. Dat vraagt een enorme oefening van ” je niet preferente hand”.
In de gebarentaal moet je op het toneel een verschil kunnen maken tussen een gefluisterde en een geschreeuwde uitdrukking zonder stem.
De geen die jou tolkt, kan niet zomaar zijn eigen gang gaan, die moet als in een Pas de Deux de gebaren en het ritme van zijn dove mede acteur overnemen
Gebarentaal in een gesprek, is heel iets anders dan op het toneel wanneer je met je gebaren ook de mensen op de achterste rij wil bereiken.
Gebarentaal heeft ook voor horenden een extra betekenislaag: net als bij een taal waarvan je de woorden niet kent, maar de taal zo mooi vindt klinken, heeft de gebarentaal een emotionele impact zonder dat je hem woordelijk begrijpt.
Ik kan graag meedenken over welke actie succesvol zou kunnen zijn om het de subsidie voor het theater te behouden, maar ben nog steeds lerend en “taalverwervend” onder de indruk als ik bij de mensen van het Handtheater ben: in een relaxte borrel in de nazit op de Parade flitsen mijn ogen en hersenen op en neer in een poging het gesprek en een eventuele vertolking ervan tegelijkertijd te kunnen volgen, terwijl ik meestal meer dan behoorlijk taaladequaat ben!
Extra leuk is het dan ook om de mensen van de televisie in de weer te zien met een interview onder het dove kinderpubliek: enthousiaste gebaren, blije gezichten, duimen omhoog, waardoor ik in ieder geval meen te begrijpen dat het publiek de voorstelling erg mooi heeft gevonden.
Voor mij erg indrukwekkend en symbolisch was het horende jongetje dat tijdens de voorstelling de zaal verliet omdat hij het te eng vond: hij legde het hele parcours van zijn zitplaats tot de uitgang af met zijn handen stevig over zijn oren geklemd.

Steunbetuigingen voor behoud van Handtheater, kun je kwijt op www.handtheater.nl

Verantwoord?


Ik herinner me hem nog goed mijn eerste actie in de, naar nu blijkt, nog niet verwerkte jaren tachtig.
Heel lief was die eigenlijk, mijn handelen niet beperkt door de wet, maar door mijn moeder die vond dat ik wel een wake mocht houden, maar in ieder geval thuis moest slapen.
Tot ’s avonds laat in de kou in de Leidsestraat waken om te protesteren tegen de voorgenomen executie vande Zuid Afrikaanse vrijheidstrijder Solomon Malangu: zingen, praten, de nieuwsuitzendingen op de radio volgen vanuit de naastgelegen boekhandel Pegasus en toch maar om twaalf uur thuis zijn, de wekker zetten om de volgende dag om zes uur weer mee te kunnen waken, om uiteindelijk verslagen met het bericht dat hij toch wel wel degelijk ge

Van sip naar Lowlands


Hij zou niet in het land zijn, dus kocht na jarenlang trouw bezoek voor het eerst geen kaartje voor Lowlands.
Reis ging niet door, maar toen waren de kaartjes uitverkocht.
Weken speurde hij op het Internet, overwoog een maximum op de zwarte markt, maar dat was echt te veel, schreef zich in voor wedstrijdenen prijsvragen waar je kaartjes bij kon winnen, nam zelfs een proefabonnement op NRC Next, maar niets mocht baten.
Hij werd steeds sipper.
Vanmiddag opeens goed nieuws: de organisatie had nog 500 kaartjes in de verkoop gegooid, naar verluid om de zwarte verkopers een hak te zetten die morgen astronomische bedragen wilden gaan aftroggelen van de echte desperate die hards.
In de wolken vertrok hij een uurtje geleden toch naar zijn geliefde Lowlands. Vermoedelijk geniet hij dit jaar extra hard.

Net als in de film



Zoon Tim kreeg na een aantal zelf gewilde audities afgelopen maandag opeens de kans om een klein rolletje in de film “My Queen Karo” te gaan spelen.
Hij was diep onder de indruk, mocht zelf kiezen of hij de wilde gaan spelen en of hij het het waard vond om daarmee zijn eerste schooldag te gaan missen.
Hij koos, zei ja en mocht daarvoor om zes uur zijn bed uit om zich om 6.45 te melden op de set bij een oud amsterdams kraakpand.
Het idee van film en glamour was daarmee meteen verdwenen.
]Sinds de film zich afspeelt in de kraak/hippie scene in Amsterdam, kwam hij ook in een redelijk afgeragde omgeving terecht.
Het deerde hem niets, hij vond het cool en gaaf, alhoewel hij om vier uur toen het einde gepland, maar de opnames nog niet afgelopen waren, wel anders piepte.
Hij was kapot.
Ik hoorde in het halen en brengen veel over een wereld die mij volstrekt onbekend is: buy outs, quit claims en het circuit van figuranten en edelfiguranten. Ik geloof niet dat ik een gevoel van gemis heb, bij wat ik kennelijk gemist heb.
Ik ben blij voor Tim dat hij dit een keer heeft meegemaakt, ben benieuwd of de filmwens na deze ervaring nog steeds zo heftig leeft, maar genoot van zijn stralende gezicht op het moment dat hij uitbetaald kreeg: dat maakte in een klap alle vermoeienissen goed.
En natuurlijk werd een klein deel van de verdiensten onmiddellijk daarna ingezet bij de speelgoedwinkel voor de aanschaf van nieuwe Lego.