“Altijd weer die hand”


Die tekst uit dat liedje van Wim Zonneveld (De koningin van Lombardije) speelt de laatste dagen veelvuldig door mijn hoofd.
Zij had na al dat plichtsbesef genoeg van het altijd maar zwaaien en een automatische hand uit haar rijtuig laten wuiven.
Alweer achttp://www.maureau.nl/pivot/includes/editor/bold.gif
Boldtueel omdat voor de zoveelste (teveelste wat mij betreft) de hand, of het niet geven van de hand weer onderwerp is van de discussie.
“Pars pro toto” nog zo’n ooit op school geleerde term die de laatste dagen veel in mijn hoofd zit.
Die hand, is geen hand, maar lijkt voor veel meer te staan…………..
Ik snap de moeilijkheid die voorstanders, tegenstanders, vrouwen, gezagsdragers, gelovers, vertegenwoordigers met die hand hebben, heel goed, maar ik begin hem bijna zinloos te vinden en word er een beetje moedeloos van.
Ik heb destijds over bijna geen onderwerp zoveel discussie gehad met politieke vrienden, minder politieke vrienden, de moskee, mijn vriendenkring en mijn partner. Het ligt gevoelig en toch “Respect” is dan het antwoord en de onderliggende gedachte, gelijke bejegening van man en vrouw, of s’l ands wijs, ’s lands eer, je past je aan wat bij ons als wellevend of respectvol wordt ervaren, emancipatie, integratie en vast nog meer.
Ik heb er toen wel mee geworsteld: dat moest ook:
ik moest zelf iets vinden of voelen bij het gegeven dat ik als ambtsdrager geen hand kreeg als ik met vertegenwoordigers de moskee om tafel zat
mijn politieke omgeving vond daar wat van
mijn vrienden en mijn partner vonden daar iets van
de krant stond er vol van als die en die geen hand gekregen had, als die en die die hand wel geeist had

Kortom een onderwerp waar ik me wel toe moest verhouden

Ik heb er gesprekken over gevoerd, met de moskee, met mijn politieke omgeving, met mijn vriendenkring en partner en met mijzelf.

Bottom line was vaak na een ontmoeting de enige vraag “en heb je een hand gehad en zo nee wat heb je daarover gezegd?”
Hand of geen hand (geen hand) ik had ondertussen constructieve gesprekken over programma’s tussen de moskee en het jongerenwerk, over taalcursussen voor vrouwen, ik van leer trok over wat me inhoudelijk niet zinde en dicussieerde wat je nou zou kunnen doen om radicalere jongeren wel binnen de moskee te blijven volgen.
Maar de hand bleef een issue, ik stak hem meestal weer uit, vaak omdat ik gewoon vergat dat ik er geen kreeg, soms omdat het bij mij een automatische handeling is.
Soms hadden we er weer eens een discussie over soms maakten we er samen grapjes over dat als het zou veranderen ik dan wel graag de eerste hand wilde, maar meestal was het geen onderwerp van gesprek.
Nu het onderwerp opeens bij de straatcoaches weer oplaaide, voelde ik opeens weer die vermoeidheid van toen.
De functie van straatcoach staat volgens mij overdrachtelijk zo ongeveer gelijk aan “de hand reiken, een handje helpen, de handen uit de mouwen steken en een hand uitsteken”.

Kunnen we die overdrachtelijke hand dan niet gewoon accepteren?


admin